Visueel Voedsel

15 mei 2009

Breien

Ingedeeld onder: Persoonlijk, Verhalen — thomasvreriks @ 1:28 pm

Als kind zat ik niet op een nonnenschool, maar we kregen wel les van een non. Ze had dik, grijs haar, donkerbruine ogen en een gevlekt bruin vel. Ze gaf ook breiles en hoewel ik dat best leuk vond, lukte het me niet een rechte lap op de pennen te krijgen. Meestal begon het aardig, maar als ik een tijdje bezig was werd de rechte lap een kort, strak stukje stof. Waar ik de pennen maar met moeite nog doorheen kon steken.
Op een dag was een recalcitrante klasgenoot nog vervelender dan anders, ze maakte zich vreselijk van haar oren tijdens de breiles. Kwaad stapte ze richting de uitgang van het lokaal, daarbij hevig gesticulerend en roepend tegen de beteuterde non. Met een klap trok ze de deur achter zich dicht, waarna de beeldjes bovenop één na één naar beneden kukelden. Op hetzelfde moment schoot een krul los uit het kapsel van de juf. Zenuwachtig blikte ze de klas rond, op zoek naar een begrijpende blik. Iedereen wachtte af wat er ging gebeuren. Ze stevende wat schuchter op de beeldjes af, raapte ze op, liet er nog één stukvallen ook… Ze was totaal uit het lood geslagen.

14 mei 2009

Onze oom, Arnon Grunberg

Ingedeeld onder: Verhalen — thomasvreriks @ 7:24 am

Maar diep in hem woont de waarheid die zijn lichaam doet trillen, die sterker is dan de jeuk op zijn hoofd en die zijn gedachten stuurt en uiteindelijk beheerst: de dood komt eerder dan het ongeloof.

15 april 2009

Geven

Ingedeeld onder: Verhalen — thomasvreriks @ 7:05 am

Maak het nu even
Je gaat toch niet zeggen dat je het niks vindt
Ze heeft hier zo lang naar uitgekeken
Ze heeft er alles voor opzij gezet
Voelde zich helemaal trots dat ze de beslissing had genomen
Het was ook niet zomaar iets
Het is geen kind
Het is een nieuw leven
Maar het neemt niets af, het geeft alleen

Kom op
Je kúnt niet zomaar iemand veroordelen op basis van een vluchtige ontmoeting
Je moet de kans grijpen om het contact te laten rijpen

20 februari 2009

Vleesrot

Ingedeeld onder: Verhalen — thomasvreriks @ 9:19 am

Het begon met een onschuldig keelpijntje. Tenminste, zo voelde het. Hij dacht: als ik wat keeltabletten neem, al is het maar gewoon snoepgoed, iets om te zuigen, dan gaat het wel over. Het slikken werd met het uur pijnlijker. Zijn stem verdween. Op een dag kwam hij op zijn werk en liet iedereen per mail weten dat hij niets meer kon zeggen. Zijn collega’s konden er nog mee lachen, en hij zelf ook eigenlijk. Het was ook grappig, als het maar even zou duren: niets kunnen zeggen.

Maar na drie dagen zonder stem begon hij zich toch zorgen te maken. Hij ging eens langs bij de dokter. Die schreef hem een siroop voor, iets semi-natuurlijks. Hij probeerde het, maar het was alsof er grof schuurpapier langs zijn keel werd getrokken. Inmiddels was hij al vier dagen muisstil, kreeg zelfs fluisterend geen woord meer gezegd.

Die morgen had hij ook nog eens zijn vinger verwond aan het espresso-apparaat. Een klein wondje, zo scheen het hem toe. Weinig bloed, maar dezelfde middag nog speelde het behoorlijk op. Het begon al snel te etteren dat het een pest leek, groen, bruin en zwart. De aders in zijn hand en arm kregen een zwarte doorslag. De wonde bleef maar pus geven.

Hij voelde zich misselijk, zwak en zelfs vergeetachtig door het gebeuren. Maar hij kreeg niets meer gezegd. Op de spoed van het ziekenhuis wisten ze niet beter dan hem morfine te geven, omdat hij inmiddels zo in paniek was. Toen voelde hij al niets meer in zijn arm tot de schouder.

De chirurg die hem onder ogen kreeg schrok. Het kon niet anders dan de vleesetende bacterie zijn wat deze patiënt op de grond duwde. Omdat het vleesrot al richting zijn hart ging, wist de chirurg geen andere oplossing dan zijn arm tot ver in het lichaam af te zetten. Necrotizing fasciitis (NF) was zondermeer dodelijk en de behandeling was eigenlijk al te laat. Er was geen moment te verliezen.

In de operatiezaal werd het pijnlijk duidelijk: zelfs het afzetten van een arm was te laat. De opererende arts beefde over zijn hele lichaam. Hij deed een teken naar de anesthesist, die onmiddellijk begreep dat het te laat was. De patiënt zakte verder weg in een coma.

25 januari 2009

Het monster van Sinaai

Ingedeeld onder: Nieuws, Verhalen — thomasvreriks @ 12:18 pm

Ik moet iets ondernemen. Er moet iets gebeuren. Ik word gek van Julie, die me de hele dag aan mijn kop zaagt. Ze komt binnen op ongeschikte momenten, praat over oninteressante dingen en onderbreekt mijn filmsessies. Soms kijk ik een scene in een film twintig keer achter elkaar. Acteurs interesseren mij niet zo, maar ik wil weten hoe het in elkaar zit. Dat lukt door er heel vaak naar te kijken. Hoe meer films je ziet, hoe beter je begrijpt wat filmtaal eigenlijk precies is. 

Maar er moet dus iets gebeuren. Ik sta ’s ochtends op maar ga dus niet meer naar mijn werk. Ik had er geen zin meer in. Mijn collega’s werden veel te vrijpostig. Ik ben liever op mezelf. Laat mij maar gewoon mijn gang gaan.

Ik snap niet waar iedereen zich zo druk over maakt. Ik loop al dagenlang in een tredmolen van gedachten, ik kom niet los van de idee dat ik iets moet presteren. Maar wil ik dat zelf, of is druk van buitenaf? 

Eigenlijk ben ik al dood. Zo voelt het tenminste. 

Ik wil zelf bepalen wat er om me heen gebeurt. Een beetje zoals Brad Pitt in de Fight Club, die vrienden verzameld die tegen elkaar kunnen vechten. Hij dient een hoger doel. Dezelfde boodschap als in Trainspotting van Danny Boyle. Choose life. Maar ik maak zelf wel uit wie er wel en niet leeft. 

Het moet niet te dicht in de buurt gebeuren. Ik kan best op de fiets gaan, en ik moet een route vastleggen. Het kan niet moeilijk zijn om adressen te vinden van de kinderdagverblijven, en een route erlangs zal ook nog wel lukken. Ik moet een kogelvrij vest aanschaffen, want er zal wel het een en ander te doen zijn. De fiets is een goede keuze, daar denkt de politie niet zomaar aan. 

Misschien een zelfgemaakt wapen? Een pistool dat er echt uitziet. Een aantal messen, voor het geval iemand me er een afpakt. Ik geef niet zomaar af. Eens zien wie hier de laatste stap zet. 67 zou een mooi aantal zijn. 

Ik hoef niet teveel te zeggen als ik aanbel. Ik kan ook gewoon proberen door te lopen. Sommige verblijven worden niet zo goed afgesloten. Het zijn geen onneembare burchten. En zo zal ik binnenlopen, met opgeheven hoofd en wapen in de aanslag. Ik weet zeker dat het me weinig moeite zal kosten.

Het is zover. Ik sta op, poets mijn tanden en trek het kogelvrij vest aan. In mijn rugzak: drie messen, een bijl, de adressen. Change. Forever. Now. You are not your furniture.

16 januari 2009

Zaadjes

Ingedeeld onder: Persoonlijk, Verhalen — thomasvreriks @ 3:19 pm

Wat heeft je moeder daar nu mee te maken? Zij weet toch helemaal niets van technische adviseurs. Zij krijgt amper haar benen nog van elkaar, nu ze gescheiden is van je vader, hij een hartaanval kreeg en onder de tranquilizers zit. Prozac, zeg je. Was het maar zo onschuldig. Niemand heeft er schuld aan, zo lijkt het wel. Maar ondertussen zijn we toch maar bezig elkaar te vergiftigen. Weet je dat een van de voornaamste oorzaken van een teruglopende vruchtbaarheid bij mannen het gebruik van de pil is? Al die oestrogenen belanden in ons drinkwater, waardoor onze zaadjes slechter kunnen presteren. Of gewoon niet groeien. Kun je het je voorstellen? We maken onszelf kapot!

10 december 2008

Prakje

Ingedeeld onder: Verhalen — thomasvreriks @ 11:16 am

Er was eens een land, waar het weer altijd goed was. De wolken dreven altijd voorbij als zacht schuimende pieken, de wind ruiste er vriendelijk en er liepen veel jonge dieren rond. Want jonge dieren, dat is goed voor de gemoedsgesteldheid van de mensen. Ze worden er, naar het schijnt, rustig van. De jonge dieren hadden vochtige, bruine ogen, de mensen hadden lange, welgevormde ledematen en de kinderen lachten vrolijk. Er keek nooit iemand boos, want dat was nergens voor nodig. Iedereen was verschillend, maar dat maakte niet uit, want het viel niet op. Er keek wel eens iemand op, tiens, die heb ik hier nog nooit gezien, maar dat ging altijd weer snel weer voorbij.

Ja, er waren watervallen, groene blaadjes en kabbelende beekjes in overvloed. Er was bijna nooit bloed of ruzie, want dat vond niemand nodig. Iedereen omringde iedereen met zachte woorden en vriendelijke lachjes. Het was heel eenvoudig om te wonen in deze wereld, je hoefde er maar weinig moeite voor te doen. Je kon ergens in een boom gaan zitten, als je graag van de grond bleef, of dichter bij de grond, als je dat beter beviel. Aan jou de keus.

Zo had ook Merel een plek voor zichzelf bedacht. “Een beetje dichter bij de waterval, dat ruist zo gezellig”, had ze gedacht toen ze hier 23 jaar geleden een huisje voor zichzelf had gezet. Een heel eenvoudige woonst, niets bijzonders. Precies genoeg ruimte voor … twee personen. Merel zuchtte. Dat was de opzet geweest, zoveel jaar geleden. Maar ze stond nog altijd iedere morgen alleen op, dekte de tafel, smeerde haar broodjes… zonder gezelschap. Ze had het wel naar de zin, zeker wel. Ze dacht er niet aan om te verhuizen naar een andere plaats, want het was er prima. Kinderen had ze ook niet gewild, ze genoot van de kinderen van anderen maar om ze zelf te hebben… wat een verantwoordelijkheid.

Mensen die rondom haar woonden, hadden haar gezegd dat ze eens op zoek moest naar iemand waarmee ze kon verkeren. Ze Merel begreep niet goed wat mensen daarmee bedoelden. Moest ze in de auto komen zitten van iemand? Een stukje gaan rijden? Goed, ze was Peter tegen gekomen bij de bakker. Opeens stond hij daar, met zijn vriendelijke lach, zijn guitige ogen en mossige haar. Die haren, daar kon ze wel het een en ander over vertellen, dat herinnerde zich vooral goed.

Het was geen lelijk haar, donkerblond, halflang. Er was een vreemde, groene glans over. Dat was op zich best mooi, maar niemand anders vond dat, dacht Merel. Zij was de enige die dat soort dingen bij een ander kon waarderen. Soms drupte er water uit zijn haar, maar dat zag eruit al frisse dauw. Trouwens, er werden smeerseltjes verkocht die je in je haar moest doen om het er anders uit te laten zien. Merel had dat nooit zo goed begrepen. Ze kon leven met een beetje meer glans, maar je hoefde toch niet te doen alsof je een stekelvarken was? Dat was aan haar niet besteed. Peter leefde met zijn haar zoals hij zelf was: eenvoudig en simpel.

Goed, die ontmoeting bij de bakker dan.

7 november 2008

Vreemd gegaan

Ingedeeld onder: Verhalen — thomasvreriks @ 10:28 am

Er is een verhaal over een beroemde politicus. Hij was gelukkig getrouwd. Maar hij had ook een minnares, omdat hij het niet kon laten. Deze geheime relatie met de dame in kwestie, die in de media werkte, was maar geweten door een paar mensen. De pijnigende gedachte aan een stomende partij seks kon Willem maar moeilijk bij de les houden. Wat wilde je ook: een lezing met als thema ‘Internet en de geheime diensten: onderscheppen van informatie op het internet’. Lekker actueel, had hij gehoopt toen hij de uitnodiging op zijn Blackberry accepteerde. Bleek het toch weer vooral saai en braaf te zijn.

Die morgen had hij zich voorgenomen, om er niet aan toe te geven. Dat moest hij toch een keer kunnen volhouden? Het was zoiets als niet toegeven aan de zin voor een sigaret. Je moest de knop omzetten in je hoofd. Toch was dat nu juist het moeilijkste. ’s Avonds lag hij alweer naast haar, verbaasd over haar uithoudingsvermogen.

“Kom je morgen naar de opening van de tentoonstelling?”, vroeg ze, terwijl de pareltjes zweet samenkwamen op haar kin tot een klein stroompje. Tiens, hij pijnigde zijn hersenen maar kon zich niet herinneren dat hij zoiets had beloofd. Hij wist zelfs niet meer wat ze precies deed. “Ja, zeker. Waar gaat het door?”


5 november 2008

Overzees lief

Ingedeeld onder: Persoonlijk, Verhalen — thomasvreriks @ 10:22 pm

Het was de moeite, onze eerste ontmoeting. Vreemd, want zonder elkaar ooit in de ogen te hebben gekeken stonden we daar nu tegen elkaar te glimlachen. Als twee 12-jarigen, maar ook als twee oude venten die er dan toch eens werk van hebben gemaakt. Telefoon, internet, computers hadden dit 9 jaar geconserveerd. En nu stonden we elkaar bedremmeld aan te gapen. Maar ook te lachen, breeduit. Het was een wonderbaarlijk gevoel, de vlinders vlogen uit onze oren. We dampten van de verliefdheid. Een overzees lief is kloten.

14 augustus 2008

Ingedeeld onder: Verhalen — thomasvreriks @ 7:31 am
Tags: ,

Nee, na dertien jaar voel ik me nog altijd niet beter dan anderen. Ik heb veel geleerd. Ik ben veel te weten gekomen over hoe het mechanisme in elkaar steekt. Hoe mensen elkaar beïnvloeden, en hoe ze elkaar proberen de loef af te steken. Een gevangenis is een maatschappij op microniveau. Met harde wetten en regels, die je gemakkelijk overtreedt als je nieuw binnenkomt. Logisch natuurlijk, ze staat nergens geschreven en je komt ze door schade en schande te weten. Drugs en alcohol? In alle soorten en maten te verkrijgen. Je hoeft er niet eens moeite voor te doen om ermee in aanraking te komen. Sterker nog, ze duwen het door je strot en als je vriendelijk bedankt, kun je nog eens een trap nakrijgen.

Dertien jaar cel doet vreemde dingen met een mens. Ik sliep niet, maar rustte af en toe uit. Ik at niet, maar voedde mezelf. Ik liep niet, maar liet me wandelen van de ene naar de andere plek. Ik dacht niet langer na, maar probeerde me te dwingen mijn hersens te gebruiken. Mensen denken soms dat een gevangenis luxe biedt, zoals mogelijkheden om te studeren, lezen, verdiepen… Bij mij werkte het averechts.

Ik werd er moordlustig van, en bij tijden agressief. Niet letterlijk, maar in mijn hoofd. Begon te prutsen aan een plekje op mijn rechterknie dat me begon tegen te staan. Tot bloedens toe probeerde ik een (denkbeeldig?) gezwel te verwijderen, tot ik met angstzweet in mijn nek mezelf tot de orde moest roepen. Ja, ik moest echt tegen mezelf roepen zodat ik mezelf niet het ergste aandeed.

Volgende Pagina »

Blog op Wordpress.com.