Er brandt een hevig vuur in mij, allesverterend, lieflijk, tergend traag. Ik merk het als ik op straat loop en schichtig om me heen kijk. Dat is niet van mijn gewoonte, en juist daarom beangstigt het me een beetje. Om een speekseltest te nemen bij jezelf moet je uit het juiste hout zijn gesneden. Een kapmes is alleen een kunstenaarsgereedschap in de juiste handen.
Iedere seconde die passeert, denk ik aan hem. Wat hij nu voelt, doet, eet, hoe hij beweegt. Ik wil graag dat hij me laat zien waar hij vandaan komt, waar hij naartoe gaat. Ik ben het niet, die begon over verliefdheid. Maar ik bevestigde al te graag wat ik al vermoedde, bij mezelf en bij hem. Bij Pompeï, ik hoop dat mijn gevoel goed zit. En ik hoop dat hij het serieus neemt. Ik steek mijn hoofd nog eens in de wolken en haal diep adem. Tril van verlangen.