Dit is een overval

200709141189750028_704941.jpg

Het gebeurde een paar jaar geleden, maar als ik dan nog eens iets hoor over criminaliteit of erover nadenk, herinner ik het me nog heel goed. Ik ben onderweg rond middernacht naar Club Geluk (what’s in a name). Twee gasten lopen vlak achter me, een van het trapt op mijn hakken. Ik kijk verbaasd om, zeg zelfs sorry en dan blijkt dat het de bedoeling was … Onmiddellijk voel ik dat ze mij hebben uitgekozen om te pesten. Ze giechelen wat, mijn hart klopt al in mijn keel, maar ik zie genoeg mensen om mij heen om stevig door te stappen. Ze blijven me op de hielen en ik denk dat ze of veel hebben gedronken, of iets hebben gebruikt. Ik draai me om en vraag wat ze moeten. Ze reageren vijandig en mompelen iets onduidelijks. Of … ik ben het gewoon vergeten. Hoe vaak ik mezelf niet heb vervloekt! Mezelf kwalijk genomen dat ik niet een ervan in zijn ballen heb getrapt. Waarna de andere zou afdruipen, wel te verstaan. Want als hij mij dan ook zou toetakelen … nee, zo zou het niet moeten gaan. Maanden later riep diezelfde kerel mijn moeder binnen in een kledingzaak toen we die passeerden. Gewoon, als reclamepraatje. De schrik sloeg me alweer om ‘t hart. Ik had toen naar hem willen toestappen, hem alsnog zijn vet geven. Maar ik heb het maar gewoon zo gelaten.

Ik wil geen schrik hebben, nergens ter wereld. Niet in Mexico City, niet ’s avonds laat, niet ’s morgens vroeg. Misschien toch die karatelessen overwegen?

 

~ door thomasvreriks op 2 april 2008.

Reageer